Drie, eerder in het clubblad van de NHC gepubliceerde, artikeltjes over eigen ervaringen met een schapenhoedende Hollandse herder, en enkele links.
Dat het er nog in zit!
Mijn kortharige Hollandse Herder Carlijn v.d.
Birckt (geboren 12-8-1994) is op 24 oktober 1999 in Duitsland geslaagd voor het diploma HGH
(HerdenGebrauchsHund).
Na een lange periode van training, hetgeen gepaard ging met veel vallen en
opstaan, is het ons dan toch gelukt en voor zover ik weet is Carlijn in
Nederland de eerste door de eigenaar zelf opgeleide en voorgebrachte hond met
HGH.

In tegenstelling tot het drijven, meestal met Border Collies, was in Nederland
niet de gecombineerde kennis aanwezig over het hoeden en hoe dit een hond bij te
brengen en aanvankelijk ontbraken ook de oefenmogelijkheden.
Daarvoor moest ik naar Duitsland, waar nog steeds op veel plaatsen traditioneel
wordt gehoed met Duitse herdershonden of met Altdeutsche herdershonden.
Door veel te kijken naar wedstrijden, door twee keer 10 dagen mee te lopen met
Karl Füller, die elk voorjaar met een kudde van 450 Merino landschapen van zijn
winterweide naar zijn zomerweide trekt, door video's hierover te bekijken en er
veel over te lezen, heb ik mijn kennis vergroot over het hoeden van schapen met
een hoedende herdershond en over de daarvoor aan de hond te geven opleiding.
Nu moest ik mijn groeiende theoretische kennis samen met Carlijn omzetten in
praktische ervaring.
Mijn eerste trainingen vonden plaats bij een kudde van 150 Texelaars in een
weiland van een schapenhouder bij mij in de buurt. Vervolgens en dit mede ter
voorbereiding van de door Lia Helmers met haar hond Wout gegeven demonstratie
tijdens de viering van het 100-jarig bestaan van de NHC, hebben wij 7 volle
weken geoefend op de heide bij Ermelo, waar Willem Schouten een kudde van 50
Veluwse heideschapen ter beschikking stelde. Vanaf juli 1998 hebben Carlijn en
ik vele uren geoefend met ook weer Veluwse heideschapen, maar nu met ruim 300
dieren, waarmee we op de heide bij Vierhouten aan de slag konden. Deze kudde was
ook weer door Willem Schouten ter beschikking gesteld.
Tijdens een korte oefenstage van 3 dagen bij Karl Füller met een kudde van 600
hoogdrachtige Merino landschapen, kon ik al het geleerde nog eens samen met
Carlijn in praktijk brengen. Dit alles bleek in elk geval voldoende om het
examen deze keer bevredigend af te leggen met 62 van de maximaal haalbare 100
punten (met minder dan 50 punten ben je gezakt).
We kunnen nu gaan fijnslijpen en verbeteren voor een volgende keer. Voor wat dat
betreft heb ik al een uitnodiging van een Duitse schaapherder om in het komende
voorjaar bij zijn kudde te komen werken om daar alle onderdelen nog eens ter
plekke te oefenen, zodat ik daarna bij de plaatselijke vereniging voor Duitse
herdershonden opnieuw met een wedstrijd kan meedoen met de bedoeling dan de
felbegeerde punten voor een hogere kwalificatie binnen te halen. Maar voor het
moment ben ik heel blij met het nu behaalde HGH. Verder hoop ik uit een
eerstvolgend nestje van Carlijn opnieuw een goede hoedhond te kunnen selecteren,
zodat ik in de toekomst met 2 honden kan gaan hoeden.
Bij een HGH- examen of -wedstrijd moet de herder, met de hulp van meestal 2
honden of (helaas soms) met maar 1 hond, zoals in mijn geval, in ongeveer 1 uur
met een kudde van ca. 300 schapen een parcours afleggen, waarbij de kudde met de
herder op kop achtereenvolgens uit een omheind perk wordt gehaald en over een
smalle weg naar een niet omheind smal graasgebied (akker, berm of iets
dergelijks) van plm. 25 à 30 meter breed wordt geleid. De schapen moeten daarin
enige tijd grazen, terwijl de hond langs de grenzen van dit smalle graasgebied
heen en weer moet lopen om daardoor passief en zo nodig actief te voorkomen, dat
de schapen eruit lopen of in een naastgelegen akker of tuin gaan snoepen. De
honden mogen het graasgebied niet inlopen en hun gedrag moet zodanig zijn, dat
het grazen van de schapen zo min mogelijk wordt verstoord.
Vervolgens moet de kudde, weer met de herder op kop, uit het smalle graasgebied
trekken en over een weg naar een evenmin omheind en minstens 55 meter breed
graasgebied worden gebracht. Tijdens deze tocht moet een aantal hindernissen
worden genomen. Allereerst moet de hond de over de weg trekkende kudde 2x
voldoende ruimte laten maken om een rijdende auto ongehinderd te laten passeren.
Daarbij mogen zowel de hond als de kudde of de auto niet in gevaar komen.
Vervolgens moet de kudde, nog steeds met de herder op kop, over een brug
trekken, waarbij de hond ervoor moet zorgen dat de schapen niet langs de brug,
maar over de brug gaan.
Nadat de herder de kudde in het brede graasgebied heeft
geleid, moet de hond, net als bij het kleine graasgebied, weer de grenzen
bewaken door daar langs heen en weer te lopen. Een belangrijke maar moeilijke
oefening tijdens het grazen in het brede graasgebied is het stellen van de
kudde. Hierbij moet de hond op commando van de herder de kop van de kudde
tegemoet het graasgebied inlopen in 3 achtereenvolgende fases van steeds
afwisselend langzaam lopen en staan tot de kudde hierdoor van graasrichting
keert. Zodra dat is gebeurd, moet de hond snel en zonder onderbreking langs
dezelfde route die hij gekomen is weer naar de grens terugkeren en het bewaken
van de grenzen hervatten.
Als laatste onderdeel moet de herder, weer op kop van de kudde en samen met de
hond(en), de kudde uit het brede graasgebied leiden, in het omheinde perk
terugbrengen en het perk weer sluiten.
Tijdens het gehele parcours moet de hond zelfstandig of op commando een schaap,
dat het gezag van de hond negeert, actief durven corrigeren door het met de bek
in de nek of bij de ribben aan te stoten of even vast te houden. Ter voorkoming
van verwondingen of economische schade mag het schaap daarbij uiteraard niet
worden beschadigd.
Bij zo'n examen of wedstrijd worden in ca. 1 uur alle vereiste eigenschappen en
vaardigheden van de herder en hond getoond en beoordeeld, welke ook in de
dagelijkse praktijk vaak uren achtereen moeten worden volgehouden zonder dat de
hond het daarbij kan en mag laten afweten.
Een voorbeeld daarvan is de tocht die ik nu met Carlijn 2x per week maak.
Hierbij moet de kudde van 330 schapen uit hun perk op de heide bij Vierhouten
langs een traject van 9 km door de kroondomeinen langs bos- en heidepaden naar
hun perk op de heide bij Gortel worden gebracht. Tijdens deze tocht moeten wij
een drukke weg oversteken, trekken wij door een hek en passeren we 2
wildroosters. Aan het begin en aan het einde van deze tocht moeten de schapen
ook nog grazen om evengoed voldoende voedsel voor die dag binnen te krijgen.
Mijn Carlijn is op zo'n dag dan bijna 6 uur achtereen aan het werk waarbij ze
voortdurend alle onderdelen moet uitvoeren, die ook in een wedstrijd worden
beoordeeld. Het is duidelijk, dat de hond voor zo'n klus moet beschikken over
een uitstekende conditie, over veel werklust, inzicht en moed en behoorlijk
belastbaar moet zijn.
De zomer van 1999 was een van de betere en vanwege het mooie weer hebben veel
mensen met plezier naar de kudde en het werk van Carlijn gekeken En altijd weer
wordt de vraag gesteld, wat voor ras het is en waarom ik geen Border collie heb,
want dat is toch de hond voor dit werk. Als de mensen dan horen dat dit een
Hollandse herder is, die op een andere wijze bij de kudde werkt, zijn ze
verbaasd maar vinden het leuk om te horen. Nog nooit heb ik een hond gehad, die
zo vaak gefilmd en/of gefotografeerd is.
In dit werk is sprake van een interactie tussen de schapen, de herder en de hond
in een steeds wisselende omgeving (inclusief publiek) en ik vind het fantastisch
om de herder te mogen zijn.
Wanneer je als leek kijkt naar een hoedende herder met zijn 2 honden (1
hoofdhond en 1 bijhond) en het gaat allemaal rustig, dan zien de verrichtingen
er zó eenvoudig uit dat je een gevoel bekruipt van 'dat kan ik ook met mijn
hond'.
Echter bij de Duitse herdershonden missen al veel honden de absoluut
noodzakelijke genetische aanleg om voor het werken met de schapen te worden
opgeleid. De honden, die wel worden gebruikt voor dit werk, vormen de crème de
la crème van het ras. Een hond, die de kwaliteiten en het genetisch materiaal
bezit om te hoeden, kan ook een goede reddingshond, IPO- hond of speurhond zijn.
Omgekeerd hoeft dat niet het geval te zijn. Een zeer goede reddingshond,
IPO-hond of speurhond zal als hij de genetische aanleg mist, geen goede hoeder
zijn.
Het feit, dat ik de kans kreeg om met mijn Hollandse herder dit examen te doen
bij een vereniging voor Duitse herdershonden is al bijzonder, maar wanneer
Schäfermeister Karl Füller, een in Duitsland erkende grootheid op het gebied van
hoeden (10 maal Duits kampioen met steeds verschillende honden) en fokker van
Duitse herdershonden (kennel "vom Kirschental") zegt, dat hij niet begrijpt dat
de schaapherders in Nederland Border Collies gebruiken, terwijl wij zulke
genetisch goed aangelegde honden hebben, is dat een zeer groot compliment voor
ons ras.
Het is waar, dat ik gek ben op Hollandse herdershonden en zeker op Carlijn. Ik
ben er van overtuigd, dat er veel Hollandse herdershonden zijn, die nog steeds
de genetische aanleg voor een hoedende hond bezitten. Laten we zuinig zijn op
deze Hollanders en ik pleit ervoor om in de fokkerij hiervoor bewust te kiezen.
Deze hoedende kant van onze veelzijdige honden was een van de meest
oorspronkelijke taken van de herdershonden.
Dat het er nog in zit, fantastisch toch!
Marijke Bree-van Haften,
Dodewaard
(Eerder gepubliceerd in het NHC-clubblad van december 1999. Met toestemming van de auteur hier opgenomen.)
Hoe leer je 'm dat nou?
Dat wordt me steeds weer gevraagd door voorbijgangers die mijn hond bij de
schaapskudde zien werken. Er is maar een antwoord op: Dat leer ik 'm niet, dan
kan hij vanzelf. Natuurlijk moet ik hem wel verder opleiden, maar het werken bij
de schapen zit hem in het bloed, in zijn genen. Mij is steeds voorgehouden
door herders dat het instinct en de andere eigenschappen die voor dit werk nodig
zijn alleen bewaard kunnen worden door strenge selectie. Zie de Border Collie,
de altdeutsche Huetehund en de Duitse herder. Zonder selectie verdwijnt de
aanleg.
Karl Füller, een door zijn collega's zeer gerespecteerd herder, kynoloog en
succesvol fokker van Duitse herdershonden, stond versteld van mijn kortharige
Hollandse herder Wout (Wolthera van de Selsterhof), die over zo'n groot talent bleek te beschikken. "Ik dacht
dat je zei dat jullie bijna geen hoedende schaapherders in Nederland meer
hebben, hoe hebben jullie dit instinct dan in je honden kunnen bewaren? Hebben
haar voorouders bij de kudde gewerkt?" Nee, familieleden van haar hebben wel op
boerderijen gezeten waar ze hielpen met verweiden en stalwerk etc. "Dat zegt
niets als ze geen diploma's hebben gehaald. Dan komt ze zeker uit een werklijn
met IPO-honden?" Nee, wel veel showkampioenen, dat was ze zelf ook. Dat kon
eenvoudig niet, dat haalde de bodem onder al zijn principes uit. Maar Wout is
bij lange na niet de enige Hollander met een sterk instinct. Bij alle drie de
variëteiten komen getalenteerde honden voor. Er is alleen weinig gelegenheid om
er op te toetsen.
Die gelegenheid heb ik zelf wel. In oktober ben ik in Zeeuws-Vlaanderen begonnen
als herder. Daar ik Wout veel te jong moest missen door bloedkanker, heb ik een
volledig opgeleide Duitse herderteef met werkervaring gekocht.

Het heeft drie
maanden geduurd voor we echt een team werden. Vreemde taal, geen zware monotone
mannenstem meer maar mijn piepje dat amper boven de Zeeuwse wind uitkomt,
schapen met hoorns waardoor ze niet goed wist waar ze ze moest aanpakken. Kortom
allemaal factoren waar ook een ervaren, stabiele hond onzeker van wordt. Ik heb
geleerd dat een hond fouten kan maken en zelfs zondes tegen zijn eigen instinct
als je zelf niet rustig en duidelijk bent.
Ondertussen zag ik mijn jonge hondje, een achterkleindochter van Wout, opgroeien
tot een zeer temperamentvol, rap ding. Ik heb haar een paar maal aan de lijn
meegenomen, maar dat was geen succes. Ze raakt helemaal door het dolle omdat ze
zich overal mee wil bemoeien en dan vergeet dat ze vast zit. Gevolg, blauwe
plekken en mijn arm haast uit de kom gerukt. Ze toonde veel begrip voor wat er
moest gebeuren en pakte de schapen op de goede manier aan als ze over "haar"
grens gingen, namelijk in de wol hoog op de ribben of in de nek. Dat laatste is
niet gemakkelijk voor haar, dan moet ze springen om er bij te kunnen. Dat gaf
wel hoop voor de toekomst.
Ik moest dus wachten met haar opleiding. Wachten tot ze wat rustiger en
volwassener werd, wachten tot de lammertijd voorbij was. Toen het hoedseizoen
aanbrak, durfde ik haar de eerste vier weken niet los te laten omdat er heel
kleine, kwetsbare lammeren bij de kudde liepen. Niet dat ik bang was dat ze ze
zou verwonden, maar stress veroorzaakt een vermindering van de weerstand en dus
ziekte en zelfs dood bij de lammeren.
Dus…. geduld oefenen. Nu is de dame zestien maanden en mettertijd wat rijper
geworden. Ze is nog steeds heel vlug. Of, zoals mijn collega zegt, ik ben te
langzaam voor haar. Eerst heb ik goed nagedacht hoe ik haar opleiding wilde
starten. We hoeden op een dijk met een weg bovenop en aan weerszijden taluds met
onderaan een slootje met vrij steile kanten. Er zijn een paar stukken waar de
hond en ik langs het gewas kunnen lopen. Dat slootje stelt voor de schapen en
ook voor de hond niets voor, maar het is toch een visuele barrière. Met mijn
collega sprak ik af dat ik haar een uurtje zou meenemen als hij ging hoeden.
Zelf hoeden, op mijn kuddehond letten, op het verkeer, op de schapen en een hond
opleiden is op dit terrein niet te doen.
De eerste keer ben ik vanaf de wei met haar aan de lijn voorop gelopen. Rukken
en trekken omdat ze ze wil afremmen en bijsturen. De eerste dam de beste ben ik
voor de schapen uit naar beneden gewandeld, langs de akkerrand doorgelopen.
Nadat alle schapen de dam waren gepasseerd, de kudde rustig stond te grazen en
de hond aan de slappe lijn aandachtig toekeek, heb ik stilletjes de lijn
losgemaakt.
Grote verbazing, ze kon niet geloven dat ze los was. Even bleef ze staan, toen
begon ze als een dolle in galop heen en weer langs de akkerrand te sprinten. Van
de kop van de kudde tot aan het achtereind, omdraaien met een rukje en de ogen
steeds op de schapen gericht. Netjes achter me langs. Een goede kuddehond houdt
alle leden van de kudde, ook de baas, bij elkaar. Het enige wat ik haar moest
bijbrengen was, dat ze niet de kudde in mocht duiken. Ik had haar aan de lijn
bij de schapen het commando "uit" geleerd. Dat hielp wel achter de sloot, maar
op de dammen, waar geen duidelijke grens meer is, bleef ze niet bij me, maar
ging pret maken. Om de schapen, van achteren opdrijven en wat al niet. Mijn
collega Jan zwaaide dreigend met zijn stok en riep dat ze er uit moest gaan, ik
riep haar naar me toe. Ze luisterde best wel goed. Ze snapte de situatie op de
dam niet, want als ik haar weer bij me had, ging ze gauw opgelucht grenslopen al
waren daar geen schapen meer, omdat ze zeker wist dat ik dat wel goed vond. Ze
ziet het hoeden niet als een spelletje, maar is heel gedreven aan het werk.
Ze is nu drie keer meegeweest. Ze gaat nog wel eens in de fout. Bij dammen en
ook als er schapen over de grens komen. Dan jaagt ze ze terug en wordt zo
enthousiast dat ze dan maar gelijk de kudde induikt. Door haar aangeboren
gehoorzaamheid kan ik haar steeds gemakkelijker terugroepen.
Bij een tocht over de weg van twee uur heeft ze onafgebroken grensgelopen op de
rand van de velden en ging maar een paar keer in de fout. Bij de laatste dammen
bleef ze keurig los bij me staan of ze volgde de grens en ging niet over de dam.
Ik laat haar de stem van haar instinct volgen. Als er wat rust in haar lijf komt
(na een uur of zo) en ze in draf langs de grens loopt, noem ik met een neutrale
stem het woord dat ik later als commando wil gebruiken: "grens". Als ze uit
zichzelf blijft staan zeg ik "blijf staan". Ik maak bij haar opleiding gebruik
van de situaties die zich voordoen. Mijn collega loopt boven op de dijk toe te
kijken en coacht me: "rustig aan, paniekmiep, rust in je stem" e.d. Het is puur
genieten om te zien hoe ze zich ontwikkelt. Ze kent geen angst voor de schapen,
die toch veel groter zijn en die haar ook wel eens stiekem van achter een flinke
beuk hebben verkocht. Gehoede schapen zijn namelijk niet bang voor honden. Ze
gaan zelfs als een muur op vreemde honden af. Een kuddehond heeft veel moed
nodig om de kudde te keren of een ooi met lam te corrigeren.
Dus, mocht u denken dat je voor het schapenhoeden een watje kunt gebruiken!
Zo vertelde Manfred Heyne, een schaapherder met veel ervaring en ook fokker van
Duitse herdershonden, graag hoe een arrogante vriend van hem eens met zijn
IPO-III kampioen bij hem kwam om hem eens te laten zien dat een afgerichte
IPO-hond op de schapen kon passen. Manfred daagde deze hondenbezitter uit om
zijn hond voor de opening van de schapenstal te zetten om de schapen te
verhinderen de stal in te lopen. Manfred kwam met zijn kudde van het veld naar
de schapenstal. Toen de grote kudde hem naderde kwam de hond overeind, rende de
stal in en sprong door een open raam aan de achterkant naar buiten om te
ontkomen.
Vanaf nu gaat Tina (officieel heet ze Bertien van Stavast) elke dag mee met de
kudde. Niet alleen voor mijn genoegen, maar omdat ik haar nodig heb. Vaak heb ik
een hond nodig op de akkerrand en een boven op de weg. Het is met schapen al net
als met mensen: het gras aan de overkant is altijd lekkerder. En de weg moet
vrij blijven voor passerende auto's en fietsers. Voor één hond is het te zwaar
met 220 schapen die als een lang smal lint de dijktaluds begrazen. De hond moet
dan steeds wisselen van kant door diepe sloten, door geploegde kleivelden over
lange afstanden. Met twee heb je meer rust. De opgeleide hond werkt dan aan de
kant die het verst bij mij vandaan is en de "leerjongen" aan mijn kant. Ik wil
Tina niet forceren, maar haar de gelegenheid bieden zich in haar tempo te
ontwikkelen. En dat is al snel genoeg! Zo nu en dan zal ik berichten over de
ervaringen met Tina. Nieuwsgierigen onder u die in Zeeuws-Vlaanderen gaan
recreëren zijn van harte welkom voor een babbel op de dijk. Het is hier in ieder
jaargetijde mooi! We trekken met de schapen in het gebied tussen Schoondijke en
Sluis.
Lia Helmers , Oostburg, 10 juni 2000
(Eerder gepubliceerd in het NHC-clubblad van augustus 2000. Met toestemming van de auteur hier opgenomen.)
De "geboren" hoeder.
Omstreeks 1850 tot 1880 floreerden de schaapherders en hun
honden op ongeveer 800.000 hectare van het toenmalige Nederland. Ongeveer
800.000 schapen werden gehoed door ongeveer 6000 herdershonden waar ongetwijfeld
ook hollandse herdershonden bij waren. Uitgerekend is dat 133 1/3 schaap per
hond.
Dat deze gave nog steeds bij onze hollandse herdershond in aanleg aanwezig is
werd ons de laatste dagen duidelijk.
In onze lang geen 800.000 hectare grote woonkamer hoedt onze hollandse herder
korthaar de schapen uit de kerststal.
's Nachts als de schapen de stal verlaten om te gaan grazen in de woonkamer
houdt Chum Dundee van Stavast ze keurig bij elkaar zodat we ze 's morgens bij
het ontwaken zo weer terug kunnen zetten bij het kribbetje en het Kindeke.
Gelukkig kan ze goed tellen want het zijn er niet zoveel dat er ook een 1/3
schaap bij komt te staan.
Vanuit Purmerend wensen wij een ieder een zalig kerstfeest en een vooral
voorspoedig 2002.
Mary Hommel en Karel de Vries.
(Eerder gepubliceerd in het NHC-clubblad van februari 2002. Met toestemming van
de auteurs hier opgenomen.)
Wie over dit onderwerp nog meer wil lezen, kan terecht op de site van Ellen Nickelsberg . Deze Amerikaanse mevrouw is regelmatig naar Duitsland gereisd om schaapherder / fokker Manfred Heyne gade te slaan bij het opleiden van zijn Duitse herdershonden. Wat ze zoal van hem geleerd heeft, staat in diverse hoofdstukjes op haar site, zowel in het Engels als in het Duits. Via de link "Herding on the Web" zijn nog veel meer (Engelstalige) sites over hoeden en herdershondenrassen te vinden, bij verder klikken ook over o.a. dierengedrag.